Morgen is het zo weer zo ver. Na slechts enkele maanden wachten, die met alle ontwikkelingen in het nieuws voor mij eerder korter dan langer voelden, mogen we weer stemmen. En hoezeer de chaos in Den Haag misschien ook op het gemoed drukt, ik blijf dat een prachtig moment vinden. Straks staat iedereen weer naast en achter elkaar te wachten in de rij bij het stembureau. Stil, misschien af en toe wat naar een bekende fluisterend, maar vooral: samen. Nederland heeft al sinds jaar en dag een stabiel hoge opkomst, wat betekent dat we daar ook écht met z’n allen staan, in die rij. Van arm tot rijk, van jong tot oud. En iedereen precies één stem. Dat is voor mij de basis van gelijkheid, en dat blijft.

Toch zijn deze verkiezingen voor mij anders. We hebben nog een paar uur de tijd, en voor het eerst in elf keer stemmen ik weet het nog niet. Staat dat misschien symbool voor de politieke verwarring en chaos die het land momenteel in zijn greep houdt? Ach welnee, iedere tijd voelt het heftigst, meest intens en vooral het meest negatief op het moment dat je er zelf middenin zit. Bij de eerste verkiezing die zich tijdens mijn leven afspeelde was in dit stadium net de lijsttrekker van de virtueel tweede partij van het land begraven. Vermoord, nota bene op het Mediapark, in het hart van de politieke arena.

Nee, mijn twijfel heeft niets van doen met de situatie in het land, want die is altijd zorgwekkend. En als het allemaal een beetje meezit, kijken we daar ook dit keer weer over een jaar of tien weer in vrijheid en met een biertje in de hand op terug. Mijn twijfel komt door een nieuwe speler op het veld. Voor het eerst in haar 83-jarig bestaan heeft de Fryske Nasjonale Partij besloten de sprong te wagen. Niet met een polsstok, lijsttrekker Aant Jelle Soepboer heeft niet echt een fierljep-figuur, maar toch. Voor iemand die al jarenlang lid is van de FNP lijkt de keus dan snel gemaakt, maar zo eenvoudig is het niet. De partijen waar ik al jaren tussen heen een weer beweeg, GroenLinks (nog altijd licht tot mijn ongenoegen vergezeld door de PvdA) en de PvdD, doen natuurlijk ook gewoon mee.

De vorige verkiezingen ging mijn stem uiteindelijk ‘gewoon’ weer naar GroenLinks (en de PvdA), de partij waarvoor ik al voor ik zelf mocht stemmend de straat opging. Wel met tegenzin, want door het samengaan met de PvdA is juist het lokale, dicht-bij-de-mensenverhaal van GroenLinks naar de achtergrond verdwenen. Je zou het bijna vergeten, maar de Groenen zitten in Europa nog altijd samen met de regionale partijen in een fractie. Ook het hele idee achter de fusie staat me tegen. Die is erop gericht om vanuit een minderheid toch de macht te kunnen grijpen, waarmee voor mijn gevoel de strijd om naar rechts overgelopen kiezers terug te winnen is opgegeven. En om nou te zeggen dat mijn tactische stem de vorige keer om Wilders voor te blijven goed heeft gewerkt, mwa…

Mijn twijfel zit dan ook vooral tussen de FNP en de PvdD. Beiden partijen met een verhaal waarvan ik bang ben dat het in de volgende Tweede Kamer niet goed te horen zal zijn. Voor de PvdD hoef ik dat niet heel erg uit te leggen, denk ik zo. Het klimaat is, na de ‘groene golf’ van 2019, schrikbarend ver naar de achtergrond verdwenen. Te midden van alle chaos zouden we het zo vergeten, maar we zijn inmiddels al bijna bij de eerste deadlines die we onszelf gesteld hebben. De politiek behandelt klimaat als een gemiddelde scholier z’n huiswerk, en daar maak ik me toch echt wél zorgen om. Bovendien vind ik de nieuwe lijn die Esther Ouwehand heeft uitgezet dapper en hoognodig. Helemaal dat ze het kracht bijzette door Pussy Riot uit te nodigen op het partijcongres, geweldig!

Maar hoewel het wat minder voor de hand ligt, heeft ook de FNP een geluid dat ik heel erg mis in Den Haag. Zij komen op voor dat wat ons bindt: onze lokale culturen, tradities en gemeenschappen. Dat klinkt misschien minder belangrijk, maar ik zie het juist als de basis. De lokale bushalte, het dorpshuis, de voetbalclub, het zijn plekken waar al die mensen die zo verdeeld lijken elkaar nog zíén. Spreken liefst zelfs. En als we willen dat ons land een beetje blijft zoals het nu is, en mensen niet helemaal in extreme bubbels verdwijnen, is dat wel belangrijk. Want als we bij elkaar komen, kunnen we nog prima opschieten met elkaar, daar ben ik van overtuigd. Dat het FNP-verhaal daarbij werkt, blijkt wel uit haar eigen achterban. Die komt volgens een peiling voor 21% bij de PVV vandaan, en voor 16% bij GL/PvdA: bijna hetzelfde als de landelijke uitslag twee jaar terug. Lokale gemeenschappen verbinden!

Hoewel ik misschien de enige kiezer in het land ben die tussen deze twee partijen twijfelt, is dat voor mij dus wel logisch. Maar de afgelopen weken werd de keus nog iets ingewikkelder. In de campagne werd duidelijk dat vrijwel alle partijen het mes in de zorg willen zetten. Niet alleen rechts, maar ook ‘middenpartijen’ als D66 en CDA gaan er volle bak in. En daar maak ik me zorgen over. Vanwege de gevolgen voor met name arme mensen die ziek zijn, en omdat ook omdat de zorg één van die dingen is die ons samenbrengt. Dat zie je wel terug in het feit dat GroenLinks/PvdA en de PVV het – al zul je het ze niet horen toegeven – stiekem eens zijn op dit onderwerp. Mijn angst is dat we straks een kabinet krijgen zonder de PVV, maar met forse bezuinigingen op de zorg. Dan wordt het voor links nog moeilijker om die kiezers, onder wie in mijn geval genoeg vrienden, dorpsgenoten en collega’s, weer terug te winnen.

Stem ik dan toch maar weer strategisch? Of blijf ik bij mijn idealen. En welke dan? Daar ga ik de komende paar uur nog eens goed over nadenken. Waar ik in ieder geval heel erg blij mee ben, is dat er iets te kiezen valt. Er wordt ook nu weer volop geklaagd over versplintering en het grote aantal partijen. Maar je zal maar in de VS wonen, waar de enige twee keuzes kut en kutter zijn. Of natuurlijk in één van al die landen waar er überhaupt maar één partij op het stembiljet staat. Daarom zeg ik juist: leve al die partijen, we hebben wat te kiezen!

Categories: